Koloniaal Cartagena: de mooiste stad van Colombia

Cartagena is veruit de mooiste stad van Colombia. Alles is kleurrijk aan deze koloniale stad aan de Caribische zee, van de in felle kleuren geschilderde herenhuizen tot de straattaferelen van haar stadsbewoners. Dwaal door het eeuwenoude ommuurde centrum en vergaap je aan de indrukwekkende verdedigingswerken van de stad, waar de turbulente geschiedenis voor je tot leven komt. Tel daar de witte stranden net buiten de stad bij op, en je begrijpt waarom Cartagena zo geliefd is. 

Verdwaal in Castillo San Felipe de Barajas

Castillo San Felipe de Barajas

‘Weet jij waar de uitgang is?’ 

Een meisje voor me in de donkere tunnel kijkt me vragend aan. Wanneer ik ontkennend antwoord, rent ze weg. ‘Papa, we zijn verdwááááld!’ echoot ze door de gangen van het fort, een doolhof van smalle gangen door het binnenste van een heuvel, zó laag dat je gebukt moet lopen om niet je hoofd te stoten. Maar dan zien we toch een straal zonlicht aan het einde van de tunnel. Even later kijken we weer uit over het historische centrum van Cartagena, en daarachter, de Caribische zee. 

Cartagena: stad met een rijke geschiedenis

Historisch centrum van Cartagena

De geschiedenis van het fort Castillo San Felipe de Barajas gaat terug tot de beginjaren van de stad Cartagena, in 1533 opgericht door de Spanjaarden. Dankzij haar strategische plek aan de Caribische zeeroute naar Spanje, groeide de stad in korte tijd uit tot de belangrijkste havenstad van Zuid-Amerika. Scheepsladingen zilver wachtten hier op de overtocht naar de oude wereld, en ook was Cartagena de grootste marktplaats voor Afrikaanse slaven, die op een plein midden in de ommuurde stad verhandeld werden. 

Met de opbrengsten van de koloniale handel bouwden de Spanjaarden de prachtige koloniale gebouwen waar Cartagena nu haar faam aan dankt. Daaromheen wierpen ze een dikke vestingmuur op om hun rijkdommen te beschermen tegen de aanvallen van piraten, boekaniers en andere avonturiers. Ook bouwden ze stevige forten op strategische plekken aan de baai, zoals het Castillo San Felipe. Die uitgebreide verdedigingswerken staan er nu nog steeds, en waren, samen met de prachtig behouden gebleven ommuurde stad, de reden dat Unesco in 1984 de stad tot Werelderfgoed verklaarde. 

Het oude centrum van Cartagena

Oude centrum van Cartagena in Colombia

Een bezoek aan Cartagena brengt deze turbulente koloniale geschiedenis tot leven. De mooiste bezienswaardigheden van Cartagena zijn te vinden in het oude ommuurde centrum, met haar smalle geplaveide straatjes en herenhuizen met okergele en felblauw geschilderde muren, overhangende balkons van kunstig houtsnijwerk en hoge deuren, die leiden naar weelderig groene binnentuinen met koele zuilengalerijen. 

Wandel over de oude stadsmuren langs de baai, zie hoe de kanonnen nog altijd op een onzichtbare vijand gericht staan. Bezoek daarna het Historisch Museum in het voormalige Paleis van de Inquisitie aan het Bolívar plein. Dit was de plek waar de Spaanse kroon eenieder die zich niet wenste te bekeren, net zolang martelde tot ze dat wel deed. Barmhartiger was de Spaanse missionaris San Pedro Claver, naar verluidt de hoeder van de slaven, naar wie nu de bijzondere zandstenen kerk en klooster aan het gelijknamige plein zijn vernoemd. 

Straattaferelen en aquaria vol limonade

San Pedro Claver kerk in Cartagena, Colombia

Maar minstens even levendig zijn de straattaferelen van de Cartageneros zelf. Ga zitten op de trappen voor de kerk van Pedro Claver en koop een verse arepa van een van de mobiele bakkers op het plein. Erbij drink je een ijskoude limoenlimonade, verkocht door een oud mannetje achter een reusachtig aquarium vol limonade zoals die op elke straathoek te vinden is. Even verderop poseert een in felgele prinsessenjurk gehulde tiener ter ere van haar 15-jarige verjaardag, zich niets aantrekkend van de hordes duiven of mensen op het plein. 

Palenqueras: traditionele fruitverkoopsters

fruitverkoopster of palenqueras in Cartagena

Nog zo’n typisch straattafereel zijn de zogenoemde palenqueras, de in felgekleurde jurken uitgedoste Afro-Colombiaanse fruitverkoopsters die je overal binnen de stadsmuren tegenkomt, manden met exotisch fruit op het hoofd balancerend. Ook hier komen heden en verleden weer bij elkaar. Eeuwen geleden ontvluchtten hun voorouders het slavenbestaan en stichtten een dorp verstopt in het binnenland: San Basilio de Palenque. In 1691 verklaarde het dorp zich onafhankelijk van de Spaanse kroon, naar verluidt als eerste bevolking van de Nieuwe Wereld. Toen een paar eeuwen later de gemoederen weer bedaard waren, reisden de vrouwen van Palenque naar Cartagena om daar hun fruit te verkopen. En zo werd de palenquera het meest iconische straatbeeld van Cartagena, en misschien ook wel dat van Colombia (kijk maar op de omslag van je reisgids). 

Cartagena’s kleurrijke havenbuurt Getsemaní

Getsemaní in Cartagena

We verlaten het oude stadscentrum en steken over naar de wijk Getsemaní, het deel van Cartagena waar in vroegere eeuwen de slaven en ambachtslieden woonden. Tot een jaar of tien geleden was Getsemaní nog een beruchte havenbuurt, waar geen toerist zich waagde. Maar tijden zijn veranderd. Nu wandel je er door kleurrijke keistraatjes  waar in de namiddag families samenkomen in de deuropening van hun huizen, en waar de vervallen koloniale muren zijn versierd met bijzondere streetart. En ook de koffiecafeetjes, gourmetrestaurants en hippe hostels konden niet achterblijven, zonder dat Getsemaní zijn volkse sfeer verloren heeft. Gelukkig maar. 

Zwoele avonden op het Trinidad-plein

Plaza de la Trinidad in Getsemaní

We eindigen de dag op het Trinidad-plein, dat bij het vallen van de avond tot leven komt met salsamuziek, dansers en straatverkopers die verse empanada’s en ceviche uit bekers van piepschuim verkopen. Drink een koud biertje aan een wankel tafeltje op de stoep en dans, gewoon op straat dus. Want ook dat is Cartagena. 

Met de voeten in het strand in Bocagrande

Strand van Bocagrande

Wie naar het strand wil in Cartagena hoeft niet ver te zoeken. Net buiten het oude stadscentrum ligt Bocagrande, een wijk van chique flatgebouwen en dito hotels direct aan het strand. Nu zijn dit niet de witte stranden die je wellicht bij de Cariben in gedachten hebt. Het zijn stadsstranden zoals die moeten zijn: prima voor een paar uurtjes met de voeten in het zand en een duik in zee, zolang je het niet erg vindt dat een straatverkoper je elke paar minuten een biertje, massage of zonnehoed aanbiedt. 

Paradijselijke stranden in Playa Blanca en Manzanillo del Mar

Strand van Playa Blanca op Baru in Colombia

Wie wel naar dat witte strand wil, rijdt of vaart naar de stranden van Playa Blanca of Manzanillo del Mar. Beiden liggen op minder dan 50 minuten reistijd van de stad. Playa Blanca – denk aan wit zand, palmbomen en een blauwe zee –  is het bekendst, en daarom ook het drukst. Ga er het liefst doordeweeks heen. Manzanillo is een stuk minder bekend maar misschien wel meer de moeite waard, met lange ongerepte stranden en een relaxte sfeer.